Project WeatherStation

Actuele meting

22,8 °C Temperatuur
55,7 % Luchtvochtigheid
1024,7 hPa Luchtdruk
13,5 °C Dauwpunt

Laatste meting op donderdag 23 juli 2026 om 14:00 uur · Duinoord, Den Haag (NL)

Metingen van de afgelopen 7 dagen

Metingen van de afgelopen 30 dagen

Vergelijking met KNMI

Daggemiddelde temperatuur van het weerstation in Duinoord vergeleken met vijf officiële KNMI-referentiestations. Het verschil maakt het hitte-eilandeffect (Urban Heat Island effect, UHI) zichtbaar.

+2,7 °C gem. ΔT
+2,6 °C gem. ΔT nacht
+5,7 °C gem. ΔT dag
+3,9 °C max ΔT

De Delta T (UHI-intensiteit) is het verschil tussen de lokale temperatuur in Duinoord en het gemiddelde van de vijf KNMI-referentiestations. Een positieve waarde betekent dat het in de stad warmer is dan in het open veld, het kenmerk van een hitte-eiland. In de grafiek is rood = warmer dan KNMI, blauw = kouder.

Het verschil is doorgaans het grootst ’s nachts: overdag zijn de temperaturen vergelijkbaar, maar na zonsondergang koelt de stad veel trager af. Dit nachtelijke verschil (nacht-ΔT) is de meest relevante UHI-indicator voor leefbaarheid en slaapcomfort.

Wanneer is het hitte-eiland het sterkst? Het UHI-effect wordt versterkt bij weinig wind en veel zon. Bij lage windsnelheid kan warme lucht in de straat niet worden afgevoerd, terwijl zonnestraling steen en asfalt extra opwarmt. De scatter plot hierboven toont dit verband: hoe lager de windsnelheid, hoe hoger de ΔT. De kleur van de punten geeft de hoeveelheid zonuren weer: geel = veel zon, grijs = bewolkt.

Warmte-persistentie

Een hitte-eiland gaat niet alleen over hogere temperaturen, het gaat vooral over hoe lang warmte blijft hangen. In een dichtbebouwde wijk als Duinoord slaan stenen gevels, asfalt en beton overdag warmte op. Na zonsondergang wordt die warmte langzaam weer afgegeven. Het gevolg: de straat koelt ’s nachts nauwelijks af.

Dit meten we door de temperatuur bij zonsondergang te vergelijken met de temperatuur bij zonsopkomst de volgende ochtend. In een landelijke omgeving daalt de temperatuur ’s nachts doorgaans met 4 tot 8 °C. In een stedelijk hitte-eiland is die afkoeling veel kleiner, soms minder dan 2 °C.

2.6 °C gem. nachtelijke afkoeling
3 gemeten nachten
4–8 °C landelijk normaal
< 2 °C sterk hitte-eiland

Hittestress en comfort

Temperatuur alleen vertelt niet het hele verhaal over hitte-beleving. Het dauwpunt bepaalt hoe vochtig de lucht aanvoelt en hoe effectief je lichaam kan afkoelen door transpiratie. Bij een hoog dauwpunt verdampt zweet nauwelijks, waardoor je lichaam warmte opbouwt. Zelfs als de temperatuur op zich meevalt.

De gevoelstemperatuur (heat index) combineert temperatuur en luchtvochtigheid tot één getal dat aangeeft hoe warm het voelt. Boven 27 °C neemt de gevoelstemperatuur snel toe bij hoge luchtvochtigheid. In een hitte-eiland, waar de nachttemperatuur hoger blijft, krijgt het lichaam minder kans om ’s nachts te herstellen.

13,5 °C huidig dauwpunt
0 uren dauwpunt ≥ 16 °C
0 uren dauwpunt ≥ 21 °C
6 dagen gem. dauwpunt ≥ 16 °C

Het project

In Duinoord, Den Haag (NL), hangt een zelfgebouwd weerstation. Een Arduino Nano 33 BLE Sense Rev2 meet continu de temperatuur, luchtvochtigheid en luchtdruk. De metingen worden opgeslagen op een Raspberry Pi Zero 2 W en automatisch gesynchroniseerd naar deze server.

Hitte-eilandeffect

Duinoord is een dichtbebouwde wijk uit het begin van de twintigste eeuw. Steen, asfalt en weinig groen zorgen ervoor dat warmte wordt vastgehouden, een fenomeen dat bekend staat als het hitte-eilandeffect (Urban Heat Island effect, UHI). Het effect uit zich niet zozeer in hogere piektemperaturen, maar in hoe lang warmte blijft hangen. Na zonsondergang geven gevels en verharding de opgeslagen warmte langzaam af, waardoor de nachtelijke afkoeling in de wijk veel trager verloopt dan in open gebied.

Met eigen meetdata wordt dit effect meetbaar gemaakt. De nachtelijke afkoeling (het verschil tussen de temperatuur bij zonsondergang en bij zonsopkomst) is de belangrijkste indicator. In de Jupyter notebooks bij dit project wordt de lokale data vergeleken met officiële KNMI-waarnemingen van vijf referentiestations verspreid over Nederland.

Local Climate Zone (LCZ)

In de internationale UHI-literatuur worden stedelijke omgevingen geclassificeerd volgens het Local Climate Zones-systeem (Stewart & Oke, 2012). Duinoord past het best bij LCZ 2: Compact midrise, een wijk met aaneengesloten bebouwing van 3 tot 6 verdiepingen, smalle straten en weinig groen. Dit type wijk staat bekend om een sterk nachtelijk UHI-effect door de hoge sky view factor (beperkt zicht op de hemel) en grote thermische massa.

Ter vergelijking: de KNMI-referentiestations staan op open terrein dat overeenkomt met LCZ D: Low plants (kort gras, onbebouwd). Het verschil tussen LCZ 2 en LCZ D verklaart een groot deel van de gemeten temperatuurverschillen, met name ’s nachts.

Seizoensafhankelijkheid

De sterkte van het hitte-eilandeffect varieert sterk per seizoen. In de zomer is de ΔT het grootst: lange dagen met veel zonnestraling warmen de stedelijke massa op, terwijl korte nachten onvoldoende tijd bieden om af te koelen. In de winter is het effect kleiner en soms afwezig, doordat de zoninstraling beperkt is en windsnelheden gemiddeld hoger zijn.

Gebruik de maandkiezer bovenaan deze pagina om per maand te vergelijken. Daarin wordt het seizoenspatroon zichtbaar: een grotere ΔT in juni–augustus en een kleinere in december–februari.

De datapipeline

Arduino Nano 33 BLE Sense Rev2 meet elke ~12 seconden
Raspberry Pi Zero 2 W slaat metingen op als CSV
rsync naar webserver incrementele synchronisatie
Analyse & visualisatie Python, Pandas, Jupyter

Analyses

De ruwe data wordt opgeschoond in Jupyter notebooks en opgeslagen in Parquet-formaat voor efficiënte verwerking. Vervolgens worden de metingen vergeleken met officiële KNMI-data van De Bilt, De Kooy, Eelde, Vlissingen en Beek.

  • Data cleaning & validatie (99,99% retentie na filtering)
  • Vergelijking met 5 KNMI-referentiestations
  • Hitte-eilandeffect (UHI) detectie en visualisatie
  • Seizoenspatronen en temperatuurafwijkingen

De data

1.326.222 metingen
8 januari 2026 eerste meting
23 juli 2026 laatste meting
~12 sec meetinterval

Drie grootheden worden continu gemeten: temperatuur (°C), relatieve luchtvochtigheid (%) en atmosferische luchtdruk (hPa). De sensor is gekalibreerd conform de specificaties van de Arduino Nano 33 BLE Sense Rev2.

Dit is het vierde weerstation in de reeks. Eerdere versies draaiden in 2023 en 2024. Samen omvatten ze meer dan een miljoen meetpunten.